Het bankje

Ik zit op het bankje. Achter me staat een prieeltje versiert met lampionnen en aansluitend een paarse loper. Er was een bruiloft, fantaseer ik. Het bruidspaar had zon en alle mensen waar ze van houden om zich heen. Mijn hart vult zich met liefde. Voor me staat een schattig kapelletje. Hier stak ik eerder een kaars aan. De wereld kan altijd wat extra licht gebruiken, dacht ik zo.
Met mijn reflecterend witte gezicht in de zon, zak ik weg in gedachten. Zal ik straks minder reflecteren dan ik nu doe? Ik zie kleuren met mijn ogen dicht. Het is rood, soms oranje en heel soms felgeel. Best een schouwspel, de wereld met ogen dicht. Zouden blinde mensen dit ook zien? Ik zie ook spikkeltjes. Ineens moet ik denken aan een lachfilm waarin een jongetje vol overgave vertelt dat deze spikkeltjes oogwormen zijn. De oogwormen vreten zich een weg naar je hersenen, waarop je sterft. Ik lach.. Wat een drama!
Plots klinkt er een luid gerinkel. Ik open mijn ogen uit nieuwsgierigheid, en een klein beetje van schrik. Op het zandpad komt een oude vrouw aangelopen. Ze duwt een kruiwagen vol met emmers en tassen voor zich uit. Het ziet er wat klungelig uit, die grote kruiwagen met dat dunne, oude vrouwtje erachter. Ik besluit dat ik haar stoer vind. “Hallo.” Ik laat m’n liefste glimlach zien. “Poetsen moet ook gebeuren,” zegt de vrouw vriendelijk. Ik gniffel. De onverwachte kennismaking doet me opleven.
De oude vrouw begint resoluut het kapelletje leeg te ruimen en te vegen. Elke keer als ze buiten komt bekijk ik haar aandachtig. Haar kleurrijke schort doet me denken aan oma. Het is vast een oud schort. Haar kromme rug ziet er pijnlijk uit, maar ik kan me vergissen. Voordat ik het weet komen er woorden uit mijn mond: “Kan ik u helpen?” “Nee, dit doe ik wel. Lekker weertje hè?” “Het weertje is heerlijk”, beaam ik. Ik vind mezelf verliefd op die oude, kromme, lieve, daadkrachtige vrouw.
Tijd passeert terwijl jonge stellen met kinderen passeren, oude mannen met honden en een fanatiek wandelaar. Allemaal mensen met verhalen, maar op het bankje even niet. Op het bankje zijn zij vrij. Er schiet een konijntje vlak voor me door het riet in. Grappig hupselkontje. Mijn blikje cola raakt op en ik besluit terug naar huis te wandelen. “Fijne dag, mevrouw”. Het oude vrouwtje kijkt me recht in mijn ogen en zegt met een glimlach: “U ook hè.” U ook? U ook… Oh, lieve mevrouw. Ik ben toch geen u! En toch kan ik haar wel knuffelen. Wat een schat. Ik voel tranen opwellen. Ik rol met mijn ogen en spreek mezelf lieflijk toe. “Wat een sentimentele sukkel ben je toch ook.”
Op de terugweg kijkt een koe me glazig aan. “Het is U voor jou”, grap ik. En ik besef me terdege dat ik zojuist tegen een koe praatte. Hoe zou het zijn om zo door de wereld te trekken? Zonder iets. Mensen helpen waar nodig, en vragen om eten en onderdak. Wilde paarden berijden en roadkill roosteren? De zon blijft achter terwijl ik mijn appartement binnen stap. Een compleet nieuwe wereld met boeken, telefoon, laptop, een bank, badkamer en nog veel meer! “Jeetje, ik ben stinkend rijk…”

Afbeelding

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s